Wat is het?

De AAIDD

In 2007 heeft de American Association on Mental Retardation (AAMR) haar naam veranderd in de American Association on Intellectual and Developmental Disabilities (AAIDD). De AAIDD is de grootste organisatie voor mensen met een verstandelijke beperking. Deze naamsverandering is voortgekomen uit de ‘idiotisering’ van het begrip ‘mental retardation’: jeugd over de hele wereld gebruikt het woord ‘Retard’ als scheldwoord om aan te geven dat iemand (met of zonder een verstandelijke beperking) minderwaardig is aan de rest. Sinds jaar en dag is van deze idiotisering al sprake: elke terminologie die in de achterliggende jaren door professionals werd bedacht om mensen met een verstandelijke beperking te benoemen is op een gegeven moment geworden tot een beledigend begrip met een negatieve lading. De woorden ‘idioot’, ‘imbeciel’ en ‘debiel’ waren in eerste instantie neutraal beladen woorden om mensen met een (nu bekend als) verstandelijke beperking aan te duiden. Aan deze negatieve tendens en verdraaiingen wil de AAIDD met deze naamswijziging een definitief einde maken. Met de toevoeging ‘developmental disabilities’ wordt (meer in detail) de invloed van een intellectuele beperking op de ontwikkeling van functies aangegeven.

 

Definitie

De AAIDD definieert een verstandelijke beperking als volgt:

Een verstandelijke beperking is een beperking gekenmerkt door aanzienlijke beperkingen in zowel intellectueel als adaptief functioneren wat tot uiting komt in beperkte conceptuele, sociale en praktische adaptieve vaardigheden. De beperking ontstaat voor de leeftijd van 18 jaar.

Het niveau van intellectueel functioneren wordt vastgesteld door middel van een intelligentietest (IQ-test). Een score van 50/55 tot 70/75 geeft een lichte verstandelijke beperking aan, een score van 35/40 tot 50/55 geeft een matige verstandelijke beperking aan, een score van 20/25 tot 35/40 geeft een ernstige verstandelijke beperking aan, en een score lager dan 20/25 geeft eendiepe verstandelijke beperking aan. Tot slot wordt een score van 70 tot 84 door de DSM-IV aangeduid als borderline intellectueel functioneren.

Conceptuele adaptieve vaardigheden zijn cognitieve, communicatieve en schoolse vaardigheden. Sociale adaptieve vaardigheden zijn sociale vaardigheden, zoals contact maken met een ander of omgaan met kritiek. Praktische adaptieve vaardigheden zijn vaardigheden die nodig zijn om zelfstandig te wonen en te leven.

Er zijn vier intensiteitsniveaus te onderscheiden waarop mensen met een beperking ondersteuning kunnen ontvangen:

Interval: Hierbij wordt uitsluitend ondersteuning geboden op de momenten dat dit nodig is. Dit blijft beperkt tot afgebakende perioden met een meer ingewikkelde context (vergeleken met de algemeen dagelijkse context; daarin red de persoon zichzelf zonder ondersteuning) zoals wisseling van werk- of woonomgeving, of een periode waarin een medisch probleem opspeelt. Deze hulp kan variëren van een klein beetje tot zeer intensief, afhankelijk van de behoefte.

Beperkt: Hierbij wordt structureel hulp geboden, niet alleen op momenten met een meer ingewikkelde context dan het algemeen dagelijks leven. De ondersteuning is nog niet dermate intensief dat er dagelijks begeleid wordt.

Uitgebreid: In deze vorm wordt dagelijks (of bijna dagelijks) ondersteuning geboden in meer dan één omgeving (bijvoorbeeld thuis, op school of op het werk).

Diepgaand: Deze vorm van ondersteuning is zeer intensief, de gehele tijd, in alle situaties, en in de meeste gevallen met een levenslang karakter.

 

Er zijn drie redenen waarom professionals wat terughoudend zijn met het toewijzen van het label ‘verstandelijke beperking’ aan kinderen:

-      Enerzijds is gebleken dat kinderen, komende uit immigrantengezinnen vaak onterecht het label ‘verstandelijk beperkt’ toegewezen kregen. Zij bleken slecht te scoren op de IQ-test en adaptieve test ten gevolge van een kloof tussen hun heden en verleden; Nederlandse kinderen (waarop de tests zijn gevalideerd) hebben immers vaak een andere achtergrond dan deze kinderen uit vreemde landen (soms oorlogsgebieden of landen met zeer verschillende culturele en morele normen en waarden).

-      Anderzijds werd opgemerkt dat het label ‘verstandelijke beperking’ bij sommige kinderen een soort stigma veroorzaakte dat ervoor zorgde dat zij als minderwaardig werden gezien door anderen, en daarnaast een negatief effect had op hun zelfbeeld.

-      Tot slot zijn er professionals van mening dat een verstandelijke beperking geen innerlijk kenmerk is van een persoon, maar het product van de interactie tussen de persoon en zijn/haar omgeving.


Leave a Reply