Vroege interventie

Vroege Interventie-programma’s zijn te onderscheiden in twee vormen:

 

Preventieve Vroege Interventie-programma’s

Deze programma’s zijn ontworpen om een verstandelijke beperking bij kinderen in een risicogroep te voorkomen. Meestal betreft dit kinderen die een kleine kans hebben op een ernstige verstandelijke beperking; bijvoorbeeld kinderen uit gezinnen met een lage Sociaal-Economische-Status (SES).

Deze programma’s hebben in het verleden aangetoond dat kinderen die hieraan deelnamen betere resultaten bereiken op het gebied van verstandelijke ontwikkeling, schoolloopbaan, werknemerschap, zelfstandigheid etc.

 

Ontwikkeling stimulerende Vroege Interventie-programma’s

Deze programma’s zijn ontworpen om zo veel mogelijk uit de ontwikkeling te halen van een kind met een verstandelijke beperking. Meestal betreft dit kinderen die al een verstandelijke beperking hebben, waarbij wel mogelijkheden gezien worden om zo veel mogelijk uit het (op dat moment) huidige niveau te halen. Hierdoor wordt mogelijk een ernstigere verstandelijke beperking afgewend.

Binnen deze programma’s ligt vaak de nadruk op de ontwikkeling van taal en conceptuele begrippen. Daarnaast zijn er (met het oog op de mogelijke meervoudige beperkingen) ook bijvoorbeeld een logopedist of fysiotherapeut betrokken bij de programma’s.

Vroege Interventie-programma’s zijn meer effectief wanneer de ouders van het kind worden betrokken in het programma. Doordat zij kunnen samenwerken met de professionals en direct betrokken zijn bij de activiteiten voor en met het kind, ontstaat er een zeer solide basis waarop de ouders ook buiten (of na afloop van) het programma verder kunnen bouwen. De ouders krijgen door deze betrokkenheid immers ook veel vaardigheden en inzichten mee die ze op een later moment in kunnen zetten. Een voorbeeld is: ouders van een kind met een verstandelijke beperking en spasticiteit leren van de fysiotherapeut manieren om het kind goed te tillen en oefeningen met hun kind te doen die de lichamelijke mogelijkheden ten goede komt (en daarmee ook de verstandelijke ontwikkeling wordt stimuleerd omdat het kind minder beperkt wordt in het lichamelijk functioneren en daardoor op jonge leeftijd meer in staat is te exploreren, en dus te leren).


Leave a Reply