Psychologische en gedragskenmerken

Mensen met een verstandelijke beperking ervaren vaak problemen in de volgende gebieden:

-          aandachtsproblemen

-          geheugenproblemen

-          taalproblemen

-          problemen in de zelf-regulatie

-          motivationele problemen

-          problemen binnen de sociale ontwikkeling

 

Aandachtsproblemen hebben met name een grote invloed op het leren van iemand. Om iets te kunnen leren moet je immers de aandacht kunnen vasthouden, en kunnen richten op belangrijke aspecten van je omgeving of een taak.

Daarnaast is het terughalen van informatie (je hebt bijvoorbeeld geleerd hoe de letter V eruit ziet, maar dit moet je kunnen terughalen op het moment dat je de letter V wilt schrijven etc.) essentieel is het leerproces. Vaak hebben mensen met een verstandelijke beperking een probleem in het werkgeheugen. Dit werkgeheugen is verantwoordelijk voor het in gedachten houden van informatie terwijl je tegelijkertijd een andere cognitieve taak aan het doen bent (bijvoorbeeld: je leest een redactiesom, waarbij je tijdens het verder lezen de informatie die je al gelezen hebt ‘in je achterhoofd’ houdt en uiteindelijk kan komen tot een antwoord).

Een groot deel van de mensen met een verstandelijke beperking heeft problemen met het toepassen en produceren van taal. De vorm en mate van deze problemen worden bepaald door de achterliggende oorzaak van de verstandelijke beperking op individueel niveau.

Zelfregulatie verwijst naar iemands capaciteiten om zijn of haar gedrag in de hand te houden en te sturen. Mensen met een verstandelijke beperking hebben vaak problemen met de metacognitie: het bewustzijn van iemand over welke strategieën nodig zijn voor het volbrengen van een taak, de vaardigheid om te plannen hoe deze strategieën worden ingezet, en de terugkoppeling met betrekking tot hoe goed de toegepaste strategie werkt/gewerkt heeft.

Een van de sleutels tot het begrijpen van het gedrag van mensen met een verstandelijke beperking is het erkennen en begrijpen van hun motivatieproblemen. Deze problemen zijn vaak het gevolg van jarenlang falen in veel aspecten van hun leven, het continu overvraagd worden door bekenden, onbekenden en soms ook door zichzelf. Hierdoor ervaren ze vaak weinig controle over hun eigen leven (doordat ze denken dat ze toch niet in staat zijn de controle in eigen hand te nemen; ze falen immers vaak in wat ze doen). Als gevolg hiervan zoeken ze vaak naar externe motivatie (motivatie door anderen), en zijn ze weinig intern gemotiveerd (vanuit zichzelf gemotiveerd om iets te doen/leren).

Sociale problemen zijn veel voorkomend. Door de beperkte sociale intelligentie is het voor hen moeilijk om sociale interactie te interpreteren. Er zijn grofweg twee redenen te onderscheiden waarom het voor iemand met een beperking moeilijk is vrienden te maken en te behouden: enerzijds omdat het moeilijk is om sociale interactie met anderen te beginnen, en anderzijds (ook wanneer er niet eens initiatief getoond wordt om interactie met anderen te beginnen) omdat sommigen met een verstandelijke beperking gedrag vertonen dat leeftijdsgenoten afschrikt (bijvoorbeeld aandachts-tekortstoornissen en verstorend gedrag)

Onderzoekers hebben een specifiek type sociaal probleem onderscheiden waarvan zij van mening zijn dat het specifiek is voor mensen met een verstandelijke beperking (en met name mensen met een milde verstandelijke beperking): Lichtgelovigheid.

Zij geloven dingen zoals beweringen of persoonlijke overtuigingen (ook dingen die al in eerste instantie voor een ander hoogst onwaarschijnlijk lijken) zonder dat daarvoor veel onderbouwing is. Hierdoor verzeilen zij gemakkelijk in onwenselijke situatie. Een voorbeeld van zo’n situatie is wanneer een dergelijk lichtgelovig iemand door een ‘vage kennis’ wordt gevraagd ‘een paar spullen te verhuizen’. Hij/zij gaat hierop in omdat het bijvoorbeeld als een eer wordt gezien (de vage kennis wordt misschien gezien als een rolmodel omdat hij een baan heeft). Er blijken veel computers te moeten worden verhuisd, maar hij/zij helpt goed mee. Uiteindelijk staat een paar dagen later de politie voor de deur: het blijkt dat ‘de vage kennis’ een kantoorpand heeft leeg geroofd in plaats van eigen spullen verhuisd.

Lichtgelovigheid kan voor iemand met een verstandelijke beperking verstrekkende gevolgen hebben. Het is daarom belangrijk dat hieraan aandacht wordt besteed ter preventie.

 

Gedragsphenotypen

Onderzoekers hebben een patroon gevonden in gedragspatronen in combinatie met specifieke genetische syndromen:

Syndroom: Gedragsphenotype
Relatieve zwakte: Relatieve kracht:
Syndroom van Down Receptieve en expressieve taalvaardigheid, met name grammaticaal.Problemen met het interpreteren van gezichtsuitdrukkingen.

Cognitieve vaardigheden verslechteren met de tijd.

Vervroegde intreding van Alzheimer.

Visueel-spatiële vaardigheden.Visuele korte-termijn geheugen.

 

Williams Syndroom Visueel-spatiële vaardigheden.Fijnmotorische vaardigheden.

Angsten, fobieën.

Overdreven vriendelijkheid.

Expressieve taalvaardigheid en vocabulaire.Verbale korte-termijn geheugen.

Imitatie van emotionele reacties.

Herkennen en onthouden van gezichten.

Muzikale interesse en vaardigheden.

Fragiele X Syndroom Korte-termijn geheugen.Sequentiële verwerking.

Repetitieve taalpatronen.

Sociale angst en isolatie.

Receptief en expressief vocabulaire.Lange-termijn geheugen.

Adaptief gedrag.

Prader-Willi Syndroom Auditieve verwerking.Voedingsproblemen in de babytijd.

Overeten, obesitas in kindertijd en volwassenheid.

Slaapstoornissen.

Obsessief-Compulsief gedrag.

Relatief hoog IQ (gemiddeld rond de 70).Visuele verwerking.

Handigheid met legpuzzels.

Het is wel zeer belangrijk te beseffen dat niet alles wat over mensen met een verstandelijke beperking wordt gezegd en geschreven van toepassing hoeft te zijn op de individu. Iedereen heeft zijn of haar eigen mogelijkheden en beperkingen, met daarbij eigen psychologische en gedragsmatige eigenschappen. Geen verstandelijke beperking is gelijk.


Leave a Reply