“Later”

Zoals ook ingeleid wordt in de themapagina “Integratie, inclusie en begeleiding” (te bereiken via het thema Algemeen) is bekend dat het goed is voor de transitie naar volwassenheid en zelfstandigheid wanneer er al tijdens de basisschoolperiode aandacht wordt besteed aan onderwerpen die gerelateerd zijn aan die levensperiode. Voorbeelden van dergelijke onderwerpen zijn:schoolse vaardigheden (van leren rekenen op de basisschool tot leren afrekenen met contant geld etc), beroepsvaardigheden (van het leren sorteren van vuile was op de basisschool tot het stagelopen bij een wasserette op het voortgezet onderwijs etc.), persoonlijke/sociale vaardigheden (van het leren voeren van een gesprek op de basisschool tot het opzetten en behouden van een sociaal netwerk op het voortgezet onderwijs etc.), en vaardigheden voor het dagelijks leven (van het leren jezelf aan te kleden op de basisschool tot het bewaken van een weekbudget etc.). Daarnaast is het belangrijk aandacht te besteden aan vaardigheden op het gebied van vrijetijdsbesteding (van het leren van een bordspelletje op de basisschool tot deelname aan een sportclub op het voortgezet onderwijs) en het leven in een gemeenschap (van het leren eten in een restaurant op de basisschool tot het zelfstandig leren gebruiken van faciliteiten in de gezondheidszorg op het voortgezet onderwijs). Daarnaast moet daarbij nadrukkelijk de aandacht liggen op het ontwikkelen van vaardigheden die zelfbeschikking mogelijk maken.

 

Zelfbeschikking

Het is belangrijk dat mensen met een verstandelijke beperking zo veel mogelijk in staat zijn hun eigen keuzes te maken en over inhoud van hun eigen leven (en manier van leven) te beslissen. Om dit mogelijk te maken is hiervoor zo vroeg mogelijk aandacht nodig: zelfs al tijdens de Vroege Interventie-programma’s, bijvoorbeeld door het kind te laten kiezen waarmee het wil spelen (natuurlijk binnen de context van het aangeboden leerprogramma).

In het kort komt zelfbeschikking in zijn totaliteit op het volgende neer: een persoon is in staat en in de gelegenheid om over zijn/haar eigen leven te beslissen, om zelf gestelde doelen te stellen en na te jagen, en om geheel te participeren in de samenleving. Zij hebben hun leven in eigen hand, maken hun eigen keuzes en nemen hun eigen beslissingen, gebaseerd op hun interesses, mogelijkheden en voorkeuren, en nemen daarmee zelf de verantwoordelijkheid voor hun leven.

In het verleden werden de levens van mensen met een beperking al snel volledig overgenomen door mensen in hun omgeving; ze werden gezien als incapabel tot het maken van beslissingen. Dit resulteerde in een situatie waarin de verstandelijk beperkte persoon op een gegeven moment ook overtuigd was van het eigen onvermogen; alles werd immers voor hen gedaan en niets werd ze aangeleerd dus waren ze op de momenten dat ze zelf iets probeerden ook niet in staat het tot uitvoering te brengen omdat ze het immers nooit geleerd hadden. Hierdoor ontstaat vervolgens weer de situatie van aangeleerde hulpeloosheid: degene met de verstandelijke beperking zal geloven dat het niet uitmaakt hoe hard hij of zij ook probeert, ‘het zal toch altijd mislukken’. Het is ook in deze tijd vaak nog onvermijdelijk dat iemand met een verstandelijke beperking in enige mate aangeleerde hulpeloosheid ontwikkeld. Het is immers erg moeilijk om dit proces te ondervangen voordat het in gang wordt gezet: iemand met een verstandelijke beperking die leeft in een gemeenschap waarin eisen worden gesteld op het niveau van mensen zonder een verstandelijke beperking, zal altijd momenten of zelfs periodes hebben van falen. Dit proces start in principe al bij de geboorte; ook aan baby’s worden al eisen gesteld, waarbij consequenties (bijvoorbeeld behandeling en onderzoeken) volgen die invloed hebben op de ontwikkeling en ervaringen van het kind.

Een belangrijk aspect bij het stimuleren van zelfbeschikking bij mensen met een verstandelijke beperking, is dat men altijd moet blijven monitoren of er (in aanvulling op het bereikte niveau van zelfbeschikking) ondersteuning nodig is om het meest uit het leven en de ontwikkeling te halen. Het zou immers niet juist zijn dat men mensen met een beperking eigen keuzes moeten maken op gebieden waarin ze hiertoe (nog) niet geheel in staat zijn. In dat geval is extra instructie/ondersteuning nodig zodat de persoon alsnog leert om er zelfstandig in te zijn, of (wanneer dat niet mogelijk is ten gevolge van de mate van beperking) dat zij met de maximaal bereikbare mate van zelfbeschikking en de daarbij aanvullend benodigde hulp toch het maximale/meest positieve uit de situatie kunnen halen.

Mensen met een verstandelijke beperking ontwikkelen met een op zelfbeschikking gerichte benadering ook dat zij autonoom kunnen leven (d.w.z. niet afhankelijk zijn van anderen in het maken van hun keuzes). Daarnaast ontwikkelen ze een realistische competentiebeleving: ze hebben inzicht in hun sterke en zwakke kanten. Deze kennis kunnen ze vervolgens inzetten bij het komen tot een gesteld doel. Tot slot worden ze psychologisch bekrachtigd: ze hebben het gevoel (en geloven daarin) dat ze controle hebben over gebeurtenissen in het leven en dat ze dus invloed kunnen uitoefenen om zo te komen tot gewenste doelen/situaties.

 

Zelfbeschikking versus de Stap naar Volwassenheid

Het hierboven beschreven proces van zelfbeschikking wordt door een aantal professionals verweven in het leerproces naar zelfstandigheid door middel van persoonsgericht plannen. De inhoud van wat de professional (en aanvullende services en instanties) aanbiedt wordt in die gevallen aangepast op wat de persoon met de verstandelijke beperking aangeeft te willen. De professional helpt hem/haar bij het bereiken van zelfgestelde doelen. Hierbij is het echter van groot belang dat er juiste beslissingen worden genomen over de mate waarin iemand capabel is om eigen beslissingen te nemen en eigen doelen te stellen. Zelfbeschikking kan in sommige gevallen namelijk te ver gaan en leiden tot een kwalitatief slechtere levensinvulling (zonder dat dát de doelstelling is geweest van de persoon met de verstandelijke beperking). De doelstelling moet altijd blijven om de persoon over zichzelf te laten beschikken, en daarmee het meeste te bereiken qua mogelijkheden voor die individu.

 

Participatie in de Samenleving

Er zijn een aantal vaardigheden die belangrijk zijn voor mensen met (en zonder) een verstandelijke beperking om te kunnen participeren in de samenleving. Bijvoorbeeld: sociale vaardigheden, het omgaan met geld, het gebruik van (openbaar) vervoer, het verzorgen van zichzelf en het onderhouden van hun leefomgeving.

Het is zeer effectief gebleken wanneer mensen met een beperking gericht getraind worden in deze vaardigheden, en met name wanneer dit in de eigen leefomgeving gebeurt (daar waar de vaardigheden ook moeten worden toegepast). Dit kan het beste worden gedaan in de vorm van begeleid wonen. In deze woonvorm wonen mensen met (bijvoorbeeld) een verstandelijke beperking wel zelfstandig, maar zij hebben een persoonlijk begeleider die hen waar nodig ondersteunt of dingen leert.

 

Werknemerschap

Het is een algemeen (en bekend) feit dat veel mensen met een verstandelijke beperking werkloos zijn. Veel professionals vechten er echter voor dat ook mensen met een verstandelijke beperking een plaats vinden op de arbeidsmarkt. Hiervoor is wel goede instructie en begeleiding nodig. Wanneer iemand met een verstandelijke beperking volgens de werkgever niet goed functioneert op het werk dan blijkt dit vaak niet te liggen aan de pure taakgerelateerde prestaties, maar aan bijvoorbeeld beperkte sociale vaardigheden. De werktaak zelf wordt vaak wel goed uitgevoerd.

Gerichte aandacht, initatief nemen, het reageren op kritiek, en de sociale omgang met collega’s blijken vaak gebieden waarop mensen met een verstandelijke beperking (deels) in gebreke blijven ten opzichte van werknemers zonder een verstandelijke beperking. Dit geldt in sterke mate voor de sociale interactie met andere werknemers.

Voor diegenen met een verstandelijke beperking die (nog) niet succesvol kunnen functioneren in een ‘reguliere’ baan (of op een reguliere werkplek) zijn er speciale of aangepaste werkvoorzieningen.

Een voorbeeld van een speciale werkvoorziening is de sociale werkplaats. Sociale werkplaatsen zijn gestructureerde werkomgevingen speciaal ontworpen voor mensen met een verstandelijke beperking die (nog) niet kunnen functioneren op een reguliere werkplaats. Mensen die hier werken en die de mogelijkheden hebben om onder begeleiding (of zonder) te werken in een regulier bedrijf, worden hier getraind.

Nadelen ten aanzien van voorbereiding op een dergelijke transitie is dat in een sociale werkplaats niet geoefend kan worden op bijvoorbeeld de sociale interactie met mensen zonder een beperking, omdat zij niet in een dergelijke werkplaats werken. Naarnaast is het aangeboden werk erg beperkt qua diversiteit, en leren de mensen die hier werken (en die in een aantal gevallen de mogelijkheid bezitten om door te stromen naar een reguliere werkplek) vrij weinig verschillende taken/vaardigheden. Hierdoor worden ook hun verdere mogelijkheden beperkt. Het is vaak repetitief werk zonder de nieuwere industriële technologie (die elders wel vaak wordt gebruikt).

 

Begeleid werknemerschap

Een variant tussen het reguliere werknemerschap en het werken in een sociale werkplaats is het begeleid werknemerschap. Hierbij integreert de persoon met een verstandelijke beperking in een werkomgeving met mensen zonder een verstandelijke beperking, maar wordt begeleid door een job-coach. Deze coach bied bijvoorbeeld ondersteuning bij het vinden van geschikt werk, interactie met collega’s, vervoer, en bijkomende zaken die vanuit instanties aan de orde zijn wanneer je gaat werken.

Deze vorm van begeleiding leidt vaak tot het succesvol werken in een reguliere werkomgeving. Een aantal mensen kan op den duur zonder deze job-coach functioneren, maar anderen zullen altijd de ondersteuning van hun job-coach nodig blijven hebben. Het is dan ook mogelijk dat een collega van de persoon met een beperking zijn/haar job-coach is of op den duur wordt. Hierdoor wordt een meer natuurlijke ondersteuning tot stand gebracht en is de afstand tot zelfstandig functioneren kleiner.

 

Afsluitend

Duidelijk is dat mensen met een verstandelijke beperking (in vergelijking met vroeger) steeds meer mogelijkheden krijgen. Door te voorzien in passend onderwijs en begeleiding komen de mogelijkheden van mensen met een verstandelijke beperking steeds meer tot uiting. Belangrijk hierbij is te beseffen dat de mate van succes niet alleen in grote mate afhankelijk is van professionals: in alle facetten van de ontwikkeling van mensen met (en zonder!) een verstandelijke beperking speelt het gezin een de overige sociale omgeving een grote rol, zowel qua bereidheid, gedrevenheid, motiverende rol en ondersteuning ten aanzien van vooruitgang en het zien van mogelijkheden.

 

Primair geraadpleegde bron: Hallahan, D. P., Kauffman, J. M., & Pullen, P. C. (2009). Exceptional learners: Introduction to special education (11th ed.). Boston: Pearson Higher Education. 


Leave a Reply