“Later”

Zoals het geval is bij elke vorm van een beperking (maar ook bij mensen zonder een beperking) is het van groot belang dat de ontwikkeling die een kind/jongere doormaakt aansluit op het volwassen leven. Onderwijs en de ontwikkeling in het algemeen stellen iemand in staat om zich als volwassene staande te houden in de maatschappij; elk op hun individuele niveau en rekening houdend met ieders mogelijkheden en beperkingen.

In het geval van mensen met een spraak- en/of taalstoornis is het daarom van belang dat logopedistische behandeling zich ook richt op het ‘volwassen maken’ van de persoon binnen de eigen mogelijkheden. In de meer ernstige gevallen moet hierbij de focus gelegd worden op functioneel leren communiceren, eventueel met gebruik van alternatieve communicatiehulpmiddelen zoals een spraakcomputer of een pictogrammensysteem. Iemand moet zich immers (onafhankelijk van de ernst van de spraak en/of taalproblemen) in zijn/haar eigen omgeving en functies kunnen redden, en daarnaast kunnen voorzien in de persoonlijke behoeftes zoals sociaal contact (ook het contact met eventuele collega’s), gevoel van eigenwaarde en zelfrespect, en het bereiken van doelen waarbij spraak en taal een rol speelt.

En zoals bij het kopje ‘Vroege Interventie’ al genoemd: het behandelen/beperken van spraak en taalproblemen blijkt daarnaast te leiden tot een beperking van de leerproblemen en dus tot betere ontwikkelingskansen voor de persoon die het betreft. Hiermee is hij/zij uiteindelijk in staat een hoger ontwikkelings-/scholingsniveau te bereiken en daardoor een betere plaats inneemt op de arbeidsmarkt.

 

 

Primair geraadpleegde bronnen:

Hallahan, D. P., Kauffman, J. M., & Pullen, P. C. (2009). Exceptional learners: Introduction to special education (11th ed.). Boston: Pearson Higher Education. 

Pronk-Boerma, M. ‘Logopedie voor onderwijsgevenden’ (1999). Uitgeverij Nelissen, Soest.


Leave a Reply