“Later”

Transitie

 

Transitie is de omschrijving voor levensfases waarin veel dingen veranderen; bijvoorbeeld het starten op de basisschool, doorstromen naar het voortgezet onderwijs, het vinden van een eerste baan, het zelfstandig gaan wonen etc. Met deze transities heeft iedereen in zijn leven te maken; ook kinderen met een (lichamelijke) beperking. Er zijn bij deze groep echter mogelijk meer transitieperiodes (bijvoorbeeld van een langdurige ziekenhuisopname naar huis) en er zijn vaak ook meer factoren van invloed op de uiteindelijke haalbaarheid, het moment en invulling van de transitie. Dit wil echter niet zeggen dat de transities minder haalbaar zijn; dat is net als bij mensen zonder lichamelijke beperking afhankelijk van individuele eigenschappen.

Voor jongeren en jongvolwassenen met een lichamelijke beperking zijn er twee grote transities: het werknemerschap en de seksualiteit. Deze leeftijdsfasen worden over het algemeen gekenmerkt door het experimenteren met sociale relaties, seksualiteit en (vakantie-)werk/bijbaantjes, en vragen over de toekomst, mogelijkheden, zelfstandigheid, carrière en sociale relaties komen vaak naar voren. Deze vragen zijn door de kleinere voorbeeldgroep van vergelijkbare personen moeilijker te beantwoorden voor jongeren met een lichamelijke beperking dan voor anderen.

Ook bij deze transities is de begeleiding die een persoon ontvangt (en in het verleden ontvangen heeft) van belang voor de manier waarop hij/zij met de situatie om gaat. (zie ‘Psychologische en Gedragskenmerken’)

 

Werknemerschap

De begeleiding van kinderen met een lichamelijke beperking is van belang bij het mogelijk maken van een optimale ontwikkeling, en daarmee op langere termijn ook bij het creëren van een kansrijke plaats op de arbeidsmarkt. De keuze voor een beroepsopleiding is bijvoorbeeld een keuze die men het beste kan baseren op de individuele mogelijkheden, talenten, interesses en motivatie. Allemaal aspecten die in de aanloop naar de adolescentie en jongvolwassenheid worden ontwikkeld op basis van de benutte ontwikkelingsmogelijkheden en attitude-/persoonlijkheidsvorming.

Sommige beroepen behoren door de betreffende lichamelijk beperking op voorhand tot een niet te realiseren categorie. Denk hierbij aan beroepen als straaljagerpiloot bij de luchtmacht voor iemand die alleen zijn hoofd kan bewegen; hoe graag je een straaljager ook aan wilt passen voor iemand die uitsluitend gebruik kan maken van hoofdbesturing, het is vast mogelijk maar overspoelt wellicht de functionaliteit. Dit is een extreem voorbeeld, maar daarmee wordt uitsluitend benadrukt dat de individuele mogelijkheden zeer verschillend kunnen zijn en de hulpmiddelen soms wel/niet haalbaar. Dit heeft gevolgen voor de mogelijke beroepskeuzen, waarbij voor sommige beroepen ook strenge eisen gelden voor mensen zonder lichamelijke beperking. Wel is het een heel belangrijk punt dat motivatie en het volledig benutten van de aanwezige (lichamelijke) mogelijkheden kan leiden tot het bereiken van zeer professionele beroepen, die soms op voorhand vrijwel onbereikbaar leken.

Voor een overwogen beroepskeuze is het voor iedereen belangrijk om een goed afweging te maken van cognitieve capaciteiten (intelligentie), emotionele eigenschappen, motivatie, en voorkeuren qua werksituatie. Voor mensen met een lichamelijke beperking speelt daarnaast nog de factor ‘lichamelijke mogelijkheden’ mee, maar het is belangrijk dat deze niet als hoofdfactor wordt beschouwd. Daarmee zou men het hele leven van een persoon met een (lichamelijke) beperking om die beperking laten draaien; en dat is volgens de huidige inzichten nou juist niet de bedoeling. In veel situaties zijn het immers juist de andere factoren waarmee de lichamelijke beperking overstegen kan worden bij het bereiken van succes.

Werknemerschap is een belangrijke factor in het leven van iedere persoon. Het leidt bijvoorbeeld tot financiële en persoonlijke zelfstandigheid, maar ook tot sociale acceptatie en contacten. Voorwaarden aan de werkomgeving zijn echter dat deze toegankelijk is (qua verplaatsing op de werkplek, maar ook qua bediening van computers of machines), dat collega’s open staan voor iemand met een lichamelijke beperking, en dat de werkgever eventueel open staat voor een inleidende periode van begeleid werken.

Nieuwe technologieën kunnen in sterke mate bijdragen aan de mogelijkheden van mensen met een lichamelijke beperking op de werkplek. Aangepaste software en hardware kunnen bepaalde functies toegankelijk maken voor mensen die vanwege hun beperking bijvoorbeeld geen gebruik kunnen maken van het standaard toetsenbord. Werkgevers kunnen voor deze aanpassingen vaak subsidie krijgen, maar zijn zich hiervan niet altijd bewust waardoor het aannemen van iemand met een beperking in hun ogen (dus vaak onterecht) een financiële drempel met zich mee brengt. Daarbij komt dat de aanpassingen die iemand met een lichamelijke beperking nodig heeft om optimaal te kunnen functioneren op zijn/haar werk lang niet altijd geld kosten. Vaak is een andere opstelling van het bureau, de computer en ander meubilair al voldoende, of kan met simpel huis, tuin en keuken-materiaal ‘gereedschap’ worden geknutseld wat de persoon in staat stel het werk uit te voeren. Aanbevolen wordt om (van het begin af aan) te streven naar de meest gemakkelijke en kostenbesparende aanpassingen, om te voorkomen dat de dure behoeften van mensen met een lichamelijke beperking de beeldvorming bij werknemers gaan overheersen waardoor drempels worden opgeworpen.

Een variant op het reguliere werknemerschap is het begeleid werknemerschap. Hierbij integreert de persoon met een (lichamelijke) beperking in een werkomgeving met mensen zonder een beperking en krijgt hier ook voor betaald, maar krijgt tijdens het werk specifieke begeleiding. Hij/zij wordt bijvoorbeeld getraind in werkgerelateerde vaardigheden zoals verkooptechnieken of klantvriendelijkheid. Deze fase van begeleid werknemerschap kan van langere of kortere duur zijn, afhankelijk van de ontwikkeling van de werknemer.

 

Sexualiteit

Vroeger werden mensen met een lichamelijke beperking ‘afstotelijk’ gevonden, en niet in staat geacht aantrekkelijk te worden gevonden door een eventuele partner. Daarnaast werden ze niet in staat geacht om een gezin te stichten en kinderen groot te brengen. Dit was dan ook de boodschap die zij gedurende hun hele leven mee kregen en waar zij mee moesten leven. Tegenwoordig erkent vrijwel iedereen dat mensen met een lichamelijke beperking ook recht en behoefte hebben aan een relatie en mogelijk aan het krijgen van kinderen.

De onderwerpen relaties, seksualiteit en gezinsplanning zijn zaken die vooral in de adolescentie een rol gaan spelen bij mensen met een lichamelijke beperking. Zij hebben net als veel anderen (zonder beperking) de behoefte om zich te binden, om een huishouden te vormen en eventueel een gezin te stichten. Het is dan ook van belang dat ook aan deze onderwerpen aandacht wordt besteed binnen de begeleiding van mensen met een lichamelijke beperking. Zij zijn vaak gemotiveerd om hun mogelijkheden te kennen op deze gebieden, maar kunnen in hun zoektocht naar informatie hierover gehinderd worden door gevoelens van schaamte en sociale afkeuring. Het is immers voor vele anderen ook een levensfase waarin je graag succesvol wilt zijn, maar waarbij weinig zekerheden en garanties gegeven worden. Wanneer je daarnaast ook nog vragen hebt over je persoonlijke mogelijkheden en de beeldvorming van anderen over jou als lichamelijk beperkte persoon, dan groeit in veel gevallen de behoefte aan informatie en begeleiding. In toenemende mate kunnen jongeren/jongvolwassenen (maar ook ouderen) hiervoor terecht bij professionals, waardoor de emotionele drempel en druk wat verlicht kan worden.

 

 

Primair geraadpleegde bron: Hallahan, D. P., Kauffman, J. M., & Pullen, P. C. (2009). Exceptional learners: Introduction to special education (11th ed.). Boston: Pearson Higher Education.


Leave a Reply