Epilepsie

Bij epilepsie is er sprake van verstoorde hersenactiviteit; de hersenen vuren in hoge snelheid allerlei elektrische impulsen af die normaal gesproken functioneel zijn (ook voor die persoon!) maar nu voor een soort van ‘kortsluiting’ zorgen.

Deze ‘kortsluiting’ kan zich uiten in bewustzijnsverlies, onbedoelde bewegingen, en het waarnemen van afwijkende sensorische prikkels. De uitingsvorm en zwaarte van een epileptische aanval wordt bepaald door de locatie waar de aanval in de hersenen begint, maar ook door de grootte van het hersendeel dat bij de aanval betrokken is.

Epilepsie is een chronische neurologische aandoening waarbij de persoon op intervalbasis epileptische aanvallen heeft. Naast de uitingsvorm en zwaarte van epileptische aanvallen is ook de verhouding tussen aanvalvrije tijd en aanvaltijd per persoon zeer verschillend.

Doordat epilepsie een aandoening is die gekenmerkt word door een verstoring van de hersenfunctie, hebben mensen met een hersenbeschadiging of (aangeboren) aandoening/afwijking van de hersenen dan ook vaker epilepsie dan anderen. Mensen met een verstandelijke beperking behoren daarmee ook tot de risicogroep.

 

Oorzaken

Epileptische aanvallen worden veroorzaakt door een beschadiging van de hersenen.  Veel voorkomende oorzaken zijn bijvoorbeeld: zuurstofgebrek, laag bloedsuiker gehalte, hersentrauma en infecties van de hersenen. Deze kunnen allen een verstoorde neurochemische reactie opwekken, leidend tot epilepsie.

In veel gevallen blijft de oorzaak van de epilepsie onduidelijk, en soms verlopen de aard en ernst van de epilepsie progressief. Hierbij leiden de epileptische aanvallen door hun zwaarte tot (verdere) schade aan de hersenen, met een toename van het aantal en de ernst van aanvallen tot gevolg. Epileptische aanvallen leiden echter niet vaak tot een verstandelijke beperking; wel zijn er specifieke (vroegkinderlijke) epileptische syndromen (bijv. het syndroom van West en het syndroom van Lennox) waarbij een verstandelijke beperking wordt ontwikkeld.

Met de juiste medicatie zijn epileptische aanvallen over het algemeen goed onder controle te houden, maar om schade te voorkomen is het belangrijk dat men epilepsie serieus neemt.

 

Vormen

Epileptische aanvallen kunnen van elkaar verschillen wat betreft tijdsduur (van enkele seconden tot vele minuten), frequentie (van één keer per jaar tot elke paar minuten), uitingsvorm (van ernstige ongecontroleerde bewegingen door het hele lichaam tot minimaal waar te nemen vormen als knipperen met de ogen of staren), oorzaken (zie bij ‘oorzaken’), totstandkoming (aanvallen kunnen spontaan ontstaan maar ook worden uitgelokt door bijvoorbeeld lichtflitsen, daarnaast kan een aanval onverwacht optreden maar ook voorafgegaan worden door bijvoorbeeld een bepaald gevoel in het lichaam), bijkomende beperkingen (zie bij ‘Epilepsie’ en bij ‘oorzaken’), en de mate van beheersbaarheid d.m.v. medicatie.

Specifieke vormen van epilepsie en bijbehorende vorm van hulpverlening zijn:

Eenvoudig partiële aanval

Een aanval waarbij men bij bewustzijn blijft, en die zich per persoon anders kan uiten (misselijk gevoel, plotselinge ongecontroleerde arm- of beenbewegingen, iets horen of zien wat anderen niet opmerken). Een aanval kan enkele seconden tot minuten duren.

Actie: Blijf bij de persoon om hem gerust te stellen.

 

Complex partiële aanval

Een aanval waarbij het bewustzijn geheel of gedeeltelijk is verstoord. Tijdens een complex partiële aanval kan de persoon opvallende, onbewuste handelingen uitvoeren (bijvoorbeeld smakken, wrijven of rondlopen). Het gezicht kan hierbij bleek of rood zijn. De betreffende persoon voelt vaak vooraf dat hij een aanval krijgt, welke enkele minuten duurt. Het begin van een aanval wordt vaak nog bewust beleefd.

Actie: Blijf bij de persoon (loop mee wanneer de persoon in onbewuste staat rondloopt), probeer hem met zachte hand van gevaren af te wenden, spreek tegen hem met een rustige stem (hij zal het horen, maar niet begrijpen), pak de persoon niet vast tijdens een aanval (dit kan leiden tot een angstige of agressieve uitval), verwijder objecten waaraan de persoon zich kan bezeren, leg aan de omgeving uit dat de persoon na de aanval nog verward kan zijn of vreemd kan reageren en dat hij waarschijnlijk niet weet wat er gebeurd is.

 

Absence

Een lichte, kortdurende aanval met een verstoring van het bewustzijn, staren en soms kleine schokjes van het lichaam of automatische handelingen (smakken, wrijven).

Actie: Een absence is meestal al voorbij als de omgeving hem opmerkt, maar wanneer een serie absences achterelkaar voorkomt is het belangrijk de persoon te beschermen voor eventuele gevaren.

 

Myoclonische aanval

Een aanval die over het algemeen 1-2 minuten duurt waarbij enkelvoudige of reeksen spierschokken voorkomen in armen en/of benen met een mogelijk kortdurend verlies van het bewustzijn.

Actie: Bij een heftige schok kan de persoon vallen. Blijf in ieder geval bij de persoon en probeer (verder) letsel te voorkomen.

 

Tonische aanval

Een aanval waarbij het lichaam verstijft gedurende enkele seconden tot een halve minuut. De persoon kan als gevolg van deze verkramping ten val komen.

Actie: Blijf bij de persoon en leg hem na de aanval eventueel in stabiele zijligging met een kussen (of iets vergelijkbaars zoals een trui) onder het hoofd.

 

Atone aanval

Een aanval die ook bekend staat als de ‘valaanval’; door plotselinge verslapping valt iemand waarbij het bewustzijn vaak maar kort verstoord is. Doordat de persoon plotseling ter val komt kan hij zich verwonden.

Actie: Pas wanneer nodig EHBO toe en blijf bij de persoon tot de aanval voorbij is.  

 

Clonische aanval

Een aanval met ritmische schokken door het gehele lichaam. De snelheid van deze schokken neemt gedurende de aanval af en eindigt in algemene verslapping van het lichaam. De persoon valt plotseling en kan zich bij deze val verwonden.

Actie: Pas wanneer nodig EHBO toe en blijf bij de persoon tot de aanval voorbij is.

 

Tonisch-clonische aanval

Een aanval met een verkramping van het gehele lichaam (gedurende ongeveer 10-20 seconden), gevolgd door heftige en schokkerige bewegingen van het gehele lichaam. Tijdens de aanval reageert de persoon niet op prikkels uit de omgeving of op het lichaam; hij is diep bewusteloos. De aanval duur over het algemeen niet langer dan een paar minuten en gaat vanzelf over.

Actie (juist): Blijf kalm, een aanval gaan meestal vanzelf over. Blijf bij de persoon en houd omstanders op afstand. Bescherm het hoofd met behulp van een kussen (of iets vergelijkbaars zoals een trui, jas of tas) en verwijder harde of scherpe voorwerpen uit de buurt van de persoon. Maak strakke kleding los en neem wanneer aanwezig de bril af. Bel wanneer nodig de huisarts en ouders/verzorgers. Controleer of de persoon een SOS-bandje heeft met gegevens over bijvoorbeeld de juiste handelswijze. Wacht tot de aanval over is en de persoon na een paar minuten ontspant. Leg de persoon daarbij in stabiele zijligging zodat eventueel speeksel of bloed uit de mond kan lopen en niet in de luchtpijp terecht komt. Blijf nog steeds bij de persoon en stel hem gerust. Wees er zeker van dat de persoon goed thuiskomt (i.v.m. een eventuele volgende aanval of afwezigheid/desoriëntatie).

Actie (onjuist): Stop niets tussen de tanden; de persoon kan op zijn tong bijten tijdens de aanval maar de eventuele bijtwond die hierdoor ontstaat is over het algemeen niet ernstig. Geef de persoon geen water of medicijnen. Houd lichaamsbewegingen niet tegen en vervoer de persoon niet tijdens de aanval (uitsluitend wanneer er sprake is van een gevaarlijke situatie).

 

Gevolgen voor de Ontwikkeling

Van alle mensen met epilepsie heeft ongeveer de helft een gemiddelde of bovengemiddelde intelligentie. Deze verhouding is niet anders bij mensen zonder epilepsie; ook daarbij heeft ongeveer de helft van de mensen een gemiddelde of bovengemiddelde intelligentie. Wel is het zo dat onder de groep epileptici met een gemiddelde/bovengemiddelde intelligentie vaker leerproblemen voorkomen. Dit is waarschijnlijk het gevolg van de impact van epileptische aanvallen op het leerproces, en de mogelijke oorzaak (beschadiging) in de hersenen.

Iemand met epilepsie zit dus niet per definitie op het speciaal onderwijs; dit hangt af van de oorzaak, uitingsvorm en ernst van de epileptische aanvallen.

In de omgang met mensen met epilepsie is het van groot belang kennis te hebben van de eventuele uitlokkende factoren (bijvoorbeeld lichtflitsen), het hoe te handelen bij een aanval (voorkomen van verwondingen of het toedienen van medicatie), en van de gevolgen van de aanval voor de persoon zelf. Iemand kan zich bijvoorbeeld de aanval nog herinneren, maar iemand kan ook een groot deel van herinnering kwijt zijn (zich bijvoorbeeld de aanval niet herinneren, of zelfs vergeten zijn wat hij/zij vlak voor de aanval aan het doen was).

Het bijhouden van de tijd tijdens een aanval en het onthouden van de activiteit waarmee de persoon bezig was toen de aanval begon zijn belangrijke taken voor de omgeving van een persoon met epilepsie. Deze informatie helpt bij het bepalen van (mogelijke) uitlokkende factoren, maar ook bij het in de gaten houden van de zwaarte van de aanval en de noodzaak tot het inroepen van gespecialiseerde medische hulp (die is bijvoorbeeld noodzakelijk bij een aanval langer dan 15 minuten). Ook kennis over de mogelijke bijwerkingen van medicatie is van belang om het gedrag van de persoon goed te kunnen begrijpen en in de context te plaatsen. Sommige kinderen ontwikkelen bijvoorbeeld emotionele of gedragsproblemen als gevolg van medicatie (of door de epileptische aanvallen/reacties vanuit de omgeving en het gezin).

Een epileptische aanval vergt over het algemeen veel energie van de persoon; de enorme hersenactiviteit verbruikt als het ware een groot deel van de energievoorraad. Een persoon kan dan ook zeer vermoeid zijn na een epileptische aanval, en even moeten rusten om ervan bij te komen.

 

Primair geraadpleegde bronnen:

Hallahan, D. P., Kauffman, J. M., & Pullen, P. C. (2009). Exceptional learners: Introduction to special education (11th ed.). Boston: Pearson Higher Education.

Nationaal Epilepsie Fonds (2005). Verstandelijk beperkt en epilepsie. Utrecht, Plantijn Casparie.

Nationaal Epilepsie Fonds (z.j.). Epilepsie en verstandelijk beperkt; instructie en informatie voor ouders en begeleiders. Bunnik, Nationaal Epilepsie Fonds.

 


Leave a Reply