Oorzaken

De oorzaak van een auditieve beperking en de locatie van het defect zijn bepalend voor het type gehoorstoornis (Conductieve, Sensorineurale, en Gemengde gehoorstoornis, zie eerder). Deze defecten kunnen optreden in het buiten-, midden-, en binnenoor.

 

Gehoorstoornissen door een defect in het buitenoor

Defecten aan het buitenoor leiden over het algemeen niet tot doofheid, maar kunnen wel tot conductieve slechthorendheid leiden. Voorbeelden zijn: afwezigheid of een abnormale sluiting van de gehoorgang (aangeboren), buitenoorontsteking (een ontsteking van de gehoorgang waardoor deze vernauwd kan worden of geheel sluit), en tumoren in de gehoorgang die tot gehele of gedeeltelijke sluiting leiden.

 

Gehoorstoornissen door een defect in het middenoor

Ook defecten aan het middenoor leiden over het algemeen niet tot doofheid, maar kunnen wel tot slechthorendheid leiden. De meeste defecten in het binnenoor hebben te maken met de gehoorbeentjes (hamer, aambeeld, stijgbeugel) en zijn vaak (soms deels) te corrigeren door middel van medische behandeling of een operatie. Daarnaast zijn middenoorontstekingen ook geregeld oorzaak van een (vaak tijdelijk) conductief gehoorprobleem, vaak gerelateerd aan een niet goed functionerende Buis van Eustachius. De Buis van Eustachius kan bijvoorbeeld verstopt zitten door een luchtweginfectie, waardoor het middenoor niet goed geventileerd wordt. Hierdoor kunnen virussen en bacteriën zich ophopen in het middenoor. In het onderdeel ‘Verstandelijke Beperkingen’ zijn een aantal specifieke syndromen beschreven waarbij middenoorontstekingen verhoogd voorkomen (bijvoorbeeld door aangeboren vernauwingen). Mensen met deze syndromen kunnen daarom ook vaak slechthorend zijn, en soms door de vele doorgemaakte ontstekingen onomkeerbaar gehoorverlies oplopen.

Regelmatige of langdurige oorontstekingen (met name op jonge leeftijd) kunnen grote negatieve gevolgen hebben op de ontwikkeling van taal en spraak.

Onbehandelde oorontstekingen kunnen leiden tot het scheuren van het trommelvlies; een verregaande complicatie met grote gevolgen voor de gehoorfunctie.

 

Gehoorstoornissen door een defect in het binnenoor

Defecten in het binnenoor zijn vaak verantwoordelijk voor de ernstigere gehoorbeperkingen. Naast problemen met het gehoor kunnen defecten in het binnenoor ook negatieve gevolgen hebben voor het evenwichtsgevoel, oorsuizen of fluiten veroorzaken, en geluiden vervormen.

Gehoorstoornissen door een defect in het binnenoor kunnen een erfelijke oorzaak hebben, maar ook verworven worden. De meeste mensen hebben echter te maken met een erfelijke of genetische oorzaak. Eén van de meest voorkomende oorzaken (20%) van een aangeboren defect in het binnenoor is een mutatie van het ‘connexin-26 gen’.

Verworven defecten in het binnenoor kunnen veroorzaakt worden door bijvoorbeeld een bacteriële infectie (vaak meningitis), vroeggeboorte, virusinfecties (bijv. de mazelen of de bof), zuurstofgebrek bij de geboorte, prenatale infecties bij de moeder (bijv. rode hond, syfilis, CMV-virus), Incompatibiliteit van de bloedgroepen tussen de ouders en de foetus, trauma aan het hoofd (bijvoorbeeld door een harde klap), bijwerkingen van een aantal antibiotica, en tot slot: blootstelling aan een hard geluidsniveau.

Vooral het CMV-virus (Cytomegalovirus) komt vaak voor als oorzaak van congenitale sensorineurale doofheid. Dit virus kan daarnaast leiden tot een verstandelijke beperking en een visuele beperking. Ook blootstelling aan harde geluidsniveaus zijn geregeld oorzaak van sensorineuraal gehoorverlies; zowel in de vorm van langzaam toenemend gehoorverlies, maar ook in de vorm van plotseling gehoorverlies.


Leave a Reply